
Zodat loodvrije biosensoren echt werken (zonder dat ze beschadigen worden)
Bij het maken van biosensoren moet je op de balans letten. Je hebt voldoende warmte nodig om de lijm en ondergronden te laten drogen, maar als je te ver gaat, gaan de gevoelige delen beschadigen. Het is een kwetsbaar evenwicht.
Daarom gebruiken we infrarode lampen met korte golflengten. In plaats van de lucht in een ruimte op te warmen, wordt de energie rechtstreeks naar het materiaal geleid. Dat is efficiënter en schoonmerk.
Stop met het verspillen van energie aan hete lucht
Denk eens aan een gewone convectiekookoven: je betaalt er namelijk voor om een enorme metalen kist en al de lucht daarin op te warmen. Dat is zonde van energie.
Infrarode lampen zijn anders. Ze richten zich op de specifieke delen van het materiaal die echt warmte nodig hebben. Hierdoor bereik je de gewenste temperatuur in seconden, niet in uren.
Het is ook goed voor het milieu: minder energieverbruik betekent een kleinere kooldioxide-uitstoot. Dat is een grote plus wanneer je je productieproces wilt versnellen.
De uitdagingen van loodvrije sensoren
Het overstappen op loodvrije standaarden is geen gemakkelijke taak. Je moet extra goed opletten met de temperatuur. Als je een loodvrije las of biopolymere materiaal te veel verwarmt, kunnen deze beschadigen of gasen afgeven. Dat is niet gewenst.
Met infrarode lampen kun je de golflengte instellen zodat deze past bij het materiaal. Hierdoor wordt de warmte beter verdeeld, waardoor de sensoren minder schade oplopen.
Het nadeel (want er is altijd wel een)
Infrarode lampen zijn geen magische oplossing die je zomaar kunt gebruiken in elke productielijn. De warmte is intensief. Als er delen van de sensor zijn die hoger of lager liggen dan andere delen, kan de droging oneffen verlopen. Sommige delen blijven perfect, terwijl andere delen beschadigen.
Je moet de hoeken en afstanden van de reflectoren perfect regelen. Mijn advies: doe dit niet op het moment. Gebruik een pyrometer om de oppervlaktetemperatuur in real time in de gaten te houden. Dat is de enige manier om te voorkomen dat je het materiaal beschadigt.